Vandaag zijn Ada en ik alweer twee weken terug hier in mijn dorp Figueiró dos Vinhos, na onze vierdaagse tocht vanuit Faro in de Algarve. Hier lees je daarover. Sommige kennissen en familieleden kunnen het zich moeilijk voorstellen dat je geniet van gewoon thuis zijn. "Wat doe je nou de hele dag?" vroegen ze mij wel eens. Niks bijzonders eigenlijk: heerlijk buiten zitten (de meeste tijd in de schaduw), boodschappen doen, lekkere dingen eten, beetje kletsen, beetje lezen, afspreken met kennissen hier, genieten van het boerenleven, van de stilte. Vakantie hoeft voor mij niet altijd gevuld te zijn met steden bezoeken, nieuwe dingen zien, van de ene bezienswaardigheid naar de andere snellen. Het is zeker ook: op een plek zijn die je door en door kent, relaxen, luieren, tot rust komen, niets doen. Omdat we in de periode hieraan voorafgaand al heel wat hadden bezocht en gezien, kozen Ada en ik deze veertien dagen voornamelijk voor de tweede optie.
We trekken verschillende malen op met Marcel en Jenny, de uitbaters van de Vale das Cúpulas. En met de dames van de camping Quinta da Fonte, Jolein en Liedewij. Ze nemen ons verschillende keren mee uit eten: een diner bij café Pachamama in Pedrógão Grande, waar Liedewij drie middagen in de week zelf werkt.
Er zijn trouwens talloze etablissementen die de naam Pachamama, letterlijk Moeder Aarde, dragen. Zo ook in mijn woonplaats Rotterdam, in de Lusthofstraat.
Natuurlijk bezoeken we de camping, en wordt er gezamelijk gezwommen en gevaren - gepeddeld - in de Zêzere.
We doen huishoudelijke klusjes.
Maar af en toe vullen we een dag met die andere manier van vakantievieren: in de auto stappen, ergens heen, iets bekijken, oude of nieuwe dingen zien. Zo rijden we naar São Simão, hier niet ver vandaan. een schistdorp en een mooi rotsachtig gebied; een kloof eigenlijk, waar de rivier de Alge zich doorheen perst. We zijn er eerder geweest.
Later die week passeren we nog zo'n dorp, Candal, op de weg tussen Castanheira de Pêra en Lousã.
Dat is een prachtige route, stil en verlaten, dwars door dicht bos, boven op de heuvels vlak langs de voeten van de vele windmolens, en dan aan de andere kant weer omlaag. Het plezier er te rijden wordt wel een beetje vergald door nogal wat tegenliggers, die je op deze smalle en bochtige tweebaansweg als een gek tegemoet komen scheuren. Het lijkt soms wel een straatrace. Of is het er misschien een?Meer te weten komen over die schistdorpen? Klik hier voor mijn item daarover.
Na São Simão nemen we ook een kijkje bij nog een oude bekende, Ribeira de Alge, zo'n beetje onderin het dal van de rivier. Vroeger was hier een fantastisch en vaak door ons bezocht visrestaurant, waar je voor een hoofdschotel van €5,- maar liefst twee forellen kreeg, een van hun specialiteiten. Je zat op een houten terras, zowat boven het water van de Alge, dat je er onderdoor hoorde kolken.
De brug, het restaurant, alles is onbemand achtergelaten. Zo te zien is er nog één huis bewoond. Aan schoonheid heeft de locatie trouwens niets ingeboet.
Een andere dag toeren we richting Pombal en verder naar een klooster iets ten noordwesten daarvan: het Mosteiro de Santa Maria de Seiça. Gegevens over het ontstaan ervan gaan terug tot het jaar 1162. Omdat de kerk en de andere gebouwen heel erg verwaarloosd waren,
is een enorme renovatie gestart die nu bijna is voltooid. Met een mooi resultaat.
Als 65-plussers mogen we erin voor de helft van de normale prijs: €1,50 pp. De informatiefolders die we erbij krijgen, kosten waarschijnlijk maar een fractie minder dan dat bedrag.
We rijden verder en houden halt aan het strand in Costa de Lavos, net onder Figueira da Foz. Die stad kun je in de verte zien liggen.Het strand is mooi en heel breed, stil ook. Misschien wel omdat Costa de Lavos in onze ogen niet echt een badplaats is. Nergens kun je koffie drinken of iets nuttigen op leuke terrasjes direkt aan zee.
We zakken af naar het zuiden en komen terecht in Leirosa. Dat is eigenlijk meer van hetzelfde.
Dus rijden we nog zuidelijker naar een plaats waar we eerder waren: Pedrogão. Daar voelen we ons wel thuis. Niet alleen heb je er een mooi en breed strand waarlangs we een flinke wandeling maken.
We zakken af naar het zuiden en komen terecht in Leirosa. Dat is eigenlijk meer van hetzelfde.
Dus rijden we nog zuidelijker naar een plaats waar we eerder waren: Pedrogão. Daar voelen we ons wel thuis. Niet alleen heb je er een mooi en breed strand waarlangs we een flinke wandeling maken.
Ook vind je er heel wat restaurants en cafés, zowel aan de boulevard als langs het strand. We genieten er onder een parasol en in een fris windje van onze lunch: koffie, een tosti ham-kaas, en een baguette tonijn.





















Reacties
Een reactie posten